Noordzee GRE14

N 51°41’90 – E 03°13’20

GRE14

Afbeelding schip GRE14

Kapitein: Joost van der Post
Thuisland: Nederland
Gezonken: 26-9-1981
Pers. aan boord: 5
Slachtoffers: Geen
Oorzaak: Aanvaring met wrakhout
Diepte wrak:

Uit: “de Spiegel der Zeilvaart”
(Het artikel is geschreven door de toenmalige eigenaar van de Gre 14, Joost van der Post. Hij woont al jaren in Indonesië.)

De laatste reis van de “GRE 14”

Zondag 13 september. Iedereen is aan boord inmiddels en na een week in Oporta te hebben rondgehangen ver­trekken we weer richting Spanje. Plan is om rustig langs de kust naar boven te scharrelen totdat een gunstige wind ons over Biscaje kan brengen, terug naar Holland na een prachtige reis van Le­ningrad naar Oporto.
Tijdens onze tocht langs de kust hebben we constant windstilte en dat is vreemd volgens de statistieken, maar enfin, mooi weer en leuke haventjes maken dat ruimschoots goed.

Zaterdag 19 september. Na Finisterre gerond te hebben met zeer zwakke wes­telijke wind zijn we aangekomen in Ria del Corme y Lage. Het weer is om! De hele ochtend waait er al een krachtige ZW wind; precies wat we willen. Het schip wordt klaargemaakt voor vertrek. Weerbericht voor de komende 24 uur: B. 6 ZW billen. Tegen de middag varen we uit met water, olie en eten voor een week aan boord, hoewel windstilte er voorlopig niet in zit. Enkele uren later moeten we de eerste reef leggen en weer een paar uur later de tweede reef. Dit is nog nooit nodig geweest, bovendien va­ren we met de wind bijna recht van ach­ter. Voor we het weten zitten we in wind­kracht 9. Voor schip en bemanning is dit herfstige weer nieuw. Het is zwaar stu­ren en Hein en ik draaien wachten van 2½ uur. Een donkere nacht met veel kabaal van huizenhoge golven. De GRE doet het prima en de volgende middag hebben we een etmaal van 180 mijl gemaakt. De wind is inmiddels sterk afgenomen en de volgende avond zeilen we met een matig briesje langs Ile d’Oueshant. Die nacht zet de wind weer fors door. ‘s Ochtends windstilte en tegen het einde van de middag drijven we St. Petersport binnen op Guernsey.

Woensdag 23 september zeilen we tegen de avond uit met goed zicht en een wind­voorspelling van WZW B 6. Dik tevre­den en met 5 kn stroom mee zeilen we langs Cape de la Hague. De nacht is lang en donker met veel schepen om ons heen. Tegen de ochtend waait het weer Fors B 7 en ligt er een reef in het zeil. We zijn er inmiddels aan gewend dat de weersberichten altijd wat minder wind aangeven dan er komt. Het zicht wordt snel minder. We stuiven met een 8 kn. vaart door het kanaal. Het oorspronke­lijke reisdoel, Rye, is vanwege de hoge golven op de lage wal niet meer aan te lopen en rond 18.00 uur lopen we Dover binnen.

Vrijdag 25 september. Een dag uitgerust en de gaffel gerepareerd waarvan de klauw was gebroken. BBC 4 geeft Z wind 4-6 later draaiend ZO 7-8. We besluiten snel naar buiten te gaan rich­ting hoge wal van België. Het zicht is glashelder; we steken met B 5 de shippinglines over en varen, meege­sleurd door de sterke stroming, ONO.
We vertrokken om 22.00 uur uit Dover, maar de lichtjes van Dover zijn nog niet achter ons verdwenen of we liggen al­weer op één oor met een reef in het grootzeil. Het waait weer hard, de krachtige ZO wind is eerder gekomen dan voorspeld. De wind draait nog meer O en we besluiten door te zeilen naar Nederland omdat België niet meer be­zeild is.

Zaterdag 26 september. Het is harder en harder gaan waaien. Hein komt aan dek en gezamenlijk strijken we de voorzei­len; Elise aan het roer. Het zicht is slecht. We sturen nu 0 om onder de kust te komen. Met een reef in het grootzeil en de motor bij kunnen we goed hoogte maken. Ook de stroom zet ons nu aardig naar binnen.

Tegen 10.00 uur wordt het weer wat beter, de wind is minder, de bewolking wat dunner. Tegen Hein en Neithard zeg ik dat ze eens uit moeten kijken naar de RW verkenningston van de Schouwen­bank. Om 11.00 uur komt Elise plotse­ling naar buiten met de melding dat er veel water in de kajuit staat. Hein gaat kijken en kan niets ontdekken zo snel. Het grootzeil wordt gestreken om het schip wat rechter te leggen en om recht in de korte steile golfslag naar de on­diepten voor Domburg te sturen. Het water stijgt echter te snel en ik roep hulp in van de loodsboot “Capella”. We pompen als gekken. De motor is afge­slagen en we liggen bij op het grootzeil. Ik laat Elise, Neithard en Marijke voor de zekerheid al van boord halen. Met de Capella 100 meter achter ons voelen we ons wel veilig.
Hein en ik blijven pom­pen totdat er een reddingsboot of een sleepboot komt met grote pompen. Na een tijdje zien we het hopeloze van de zaak in. Als er binnen een half uur geen hulp komt zal de” GRE 14″ zinken. Ons pompen is een emmertje naar de zee dragen. Als er geen hulp komt zoeken we de spullen bij elkaar voor zover het nog veilig is om door de kajuit te lopen waar allerlei losdrijvende projectielen een gevaar zijn. We wenken naar de Capella waar ze inmiddels ook hebben gezien dat de GRE vervaarlijk slagzij gaat ma­ken. Ze halen ons nu ook van boord en op hetzelfde moment slaat de GRE 14 om. We raken onklaar in de vallen van de GRE en het motortje kapt ermee. Er komt snel hulp van een andere loodsvlet en om 13.15 uur staan we veilig aan dek van de Capella. Tranen, handen schud­den en weerzien met Elise, Marijke en Neithard die alles van de brug van de Capella hebben zien gebeuren. Ikzelf heb een soort black out en schijn me niet te kunnen realiseren dat ik zojuist m’n GRE 14 heb verloren. We worden fan­tastisch geholpen door de mannen van de Capella. Borrels, eten, douche en dro­ge kleren.

De oorzaak van de lekkage is inmiddels duidelijk. Elise en Marijke waren bin­nen en hebben een enorme dreun ge­hoord. Elise vliegt naar buiten en ziet dat er niets aan de hand is en gaat weer, naar binnen waar ze enkele minuten later tot haar enkels in het water staat. We zijn tegen één van de vele drijvende voorwerpen in zee opgevaren. Het is een schrale troost dat we onszelf en het schip niets kunnen verwijten, maar we waren zeker opgelucht toen we zater- dagmiddag om 17.00 uur met een bun­deltje persoonlijke bezittingen op de kade van Vlissingen stonden.
Het loodswezen en de bemanning van de Capella in het bijzonder hebben ons geweldig opgevangen en geholpen.