Veerse meer MFP920

Zie ook onze publicatie pagina voor de een uitgebreide publicatie over de MFP 920 DM:

Uit: “Duiken 05/2006”

Duiken 05 – 2006
WRAKKEN VEERSE MEER Tekst: Yvonne van der Valk. Foto’s: Cor Kuyvenhoven

Spanning

in het Veerse Meer

Het zicht is tot nul gereduceerd. Fred Groen ligt plat op zijn buik in het slib. Twee houten balken zijn zojuist vlak naast hem neergestort, en het losgekomen stof vormt een dikke donkere deken. Het geklop dat van de achterzijde van het wrak afkomstig is, houdt aan.


Zodra een Marinefährprähme de kust naderde, werden de ankers gedropt.

Rustig blijven nu, spreek Fred zichzelf toe. Als ervaren grot- en wrak duiker heeft hij al voor wat hete vuren gestaan dus dat lukt aardig.Hij neemt een kort moment om de situatie in zijn hoofd helder te krijgen. Hij bevindt zich op twaalf meter diepte aan stuurboord zijde onder het wrak dat op zijn kop ligt. Vorige week hebben ze hier een opening van één meter bij tachtig centimeter ontdekt wat toegang geeft tot de binnenzijde en hopelijk tot iets wat het wrak helpt identificeren. Fred bevindt zich nu vlakbij deze opening, maar zijn luchtbellen en het gehamer van Wilfred die een rek achterop aan het schoonmaken is, hebben de balken naar beneden doen komen. Zijn manometer geeft aan dat er nog voldoende lucht in zijn dubbeltien zit. Hij probeert achteruit te kruipen. De stofwolken hebben een moment van desoriëntatie teweeggebracht, maar ontnemen ook ieder zicht op de plek waar de balken vandaan kwamen en waar misschien meer bungelt. Met een wrakduikerszintuig speurt Fred naar dit potentiële gevaar.

Sleepschip of toch niet?

Iets meer dan een jaar hiervoor, in december 2004, doet het slechte weer Fred en zijn maatje André besluiten om in de archieven van Wrakduikstichting de Roompot (WSDR) te duiken.
Uitvaren naar de Noordzee zit er deze dag niet in. Ze stuitten op een sleepschip dat bekend staat als een roestbak met wat bolders. De WSDR heeft er al eens op gedoken, maar het ligt nog te wachten om verder in kaart gebracht te worden. Een week later ligt de Karin Rose met de twee mannen aan boord, erboven.
Ze verwachten niet veel van de duik, maar het water is kraakhelder. Op zeven meter duikt het vijftig meter lange schip op. Het ligt op een maximale diepte van vijftien meter en voor een groot deel onder het zand, twee roeren steken er nog net boven uit. Tot zover niets bijzonders. Plotseling maakt een kriebel van opwinding zich van Fred meester. Hij kijkt naar zijn buddy of die hetzelfde ziet als hij. «Er bevindt zich een Slijpgeul achter het wrak!» Dit geeft aan dat het er al lag toen het water nog stroomde. Het schip moet dus voor het afsluiten van de Veerse Gatdam gezonken zijn. Dit weerspreekt de berichten dat het tijdens de aanleg van de dam gezonken is. Met extra aandacht zwemmen ze verder. Hun lampen beschijnen de zijkanten van het gevaarte, die schuin zijn. Een vreemde scheepsbouw voor een sleepschip. Bij de kont van het schip wordt een bult zichtbaar, die begroeid is met zakpijpen, mossels en een kokerwormsoort. André schrijft iets op zijn leitje nadat hij het nodige zand heeft weggewapperd. «Anker!», leest Fred. Als twee blije schooljongens kijken ze elkaar aan, allebei voelen ze hetzelfde. Dit behoeft nader onderzoek. Via de andere kant, waar alles weer in het zand verdwijnt, zwemmen ze naar de voorzijde. De kop heeft flink wat schade geleden. Een stuk staaldraad ligt op de bodem.

Drie schroeven!

Weer terug aan boord houdt slechts één vraag beide mannen bezig: «Wat is hier gebeurd?» De schade aan de kop moet door een grote kracht veroorzaakt zijn. De week die volgt, wordt gebruikt om meer informatie te vergaren. In de Zeeuwse archieven en kranten zoeken de mannen naar een voorval in het Veerse Meer waarbij een schip gezonken is. Een vriend die binnenschipper is, geeft aan dat het door de schuine wanden geen sleepschip kan zijn. Het hele WSDR-team wordt gemobiliseerd om mee op ‘expeditie’ te gaan. Een van hen vindt op het midden, tussen de twee roeren in, een stuk ijzer. Glimlachend van oor tot oor komt hij weer boven: «Er zitten schroeven op het schip!» Dat sluit definitief uit dat het een sleepschip is, want dat heeft geen eigen voortstuwing. De volgende duik wordt er met nog meer enthousiasme afgedaald. Deze keer gaan er tien leden, dubbelsets en onderwaterscooters mee om het zand weg te kunnen blazen. En niet voor niets. Er komt nog een schroef tevoorschijn. Onder water haalt Patrick zijn wenkbrauwen op. Deze potige kerel is een wandelende bibliotheek wat betreft de Tweede Wereldoorlog. Weer aan boord van de Karin Rose is hij dan ook zeer overtuigend. «Dit is een Duits landingsvaartuig.» In een boek laat hij de aanwezigen een zwart-wit foto zien van een nog varend exemplaar met op de achtergrond de Campveerse toren. De landingsboten van dit type waren in eerste instantie gebouwd voor de aanval op Engeland. Deze operatie Zeeleeuw, zoals de actie bekend kwam te staan, werd al snel weer afgeblazen, waardoor de boten onder andere deel gingen uitmaken van een landungsflottille dat onder commando stond van kapitein Johannes Zeapernick. Zodra een Marinefahrprahme (MFP) de kust naderde, werden de ankers gedropt zodat ze tot op het strand konden varen.
Vervolgens kon dan de laadklep op de boeg zakken om te kunnen ontschepen. Het schip werd weer van het strand getrokken door de beide ankers in te halen met de zware lieren. Fred en André hadden een van de twee ankers nog in het kluisgat aangetroffen. De archiefstukken wisten echter nog iets opzienbarends te melden.

Op zoek naar de bel die uitsluitsel moet geven Een duiker verkent het wrak in het Veerse Meer Het is geen roestig sleepschip, maar een landingsvaartuig!

Op 31 mei 1944 is een MFP 920D in het Veerse Gat op een mijn gelopen en gezonken. Zo klaar als een klontje, dat moet hem zijn. De gevonden staalkabel is in een van de schroeven terechtgekomen, waardoor het onbestuurbaar werd en het op een mijn liep… De bedrijvigheid boven de vindplaats van het wrak en het enthousiasme dat is losgebarsten onder de leden van Wrakduikstichting de Roompot, blijven niet onopgemerkt. Als het team de dag erna terugkomt op het wrak is er ongewenst bezoek geweest. Bezoek dat zijn visitekaartje heeft achtergelaten. Alle drie de schroeven zijn aan gort geslagen.

Mijnen

De teneurstemming om deze hufterdaad is gelukkig van korte duur, want diezelfde duik wordt een rek blootgelegd. Een rek dat ook zichtbaar is op een van de foto’s van Patrick, en dat gebruikt werd om de mijnen aan boord te brengen. Mijnen…Fred Groen schrikt als hij dit tot zich door laat dringen. «We zijn met tien man aan het werk op een wrak waarvan we de bestemming niet kennen. Wat was zijn doel voordat hij naar de bodem van het Veerse Meer vertrok? Kwam hij terug van een patrouille of was hij mijnen aan het leggen? Zijn er nog mijnen aan boord?» De volgende duiken die op het wrak gemaakt worden, zullen dan ook steevast gepaard gaan met de opmerking ‘Neem in ieder geval Rennies mee tegen het opgeblazen gevoel’.

Klinknagels of lassen

De media pakken de vondst van het landingsvaartuig uit de Tweede Wereldoorlog op. Uit het hele land komen er felicitaties en positieve reacties. Na een uitzending van Omroep Zeeland ontvangt de stichting binnen 24 uur driehonderd e-mails. Op diverse forums wordt er druk over gediscussieerd. Naar aanleiding daarvan stuurt de Voorzitter van de Kriegsmarinewerkgroep een persoonlijke mail naar Fred Groen en Marcel Bul de archivaris met de vragen ‘wat willen jullie weten en hoe kunnen wij daarbij helpen?’ Maar ook haalt de man de veronderstelling onderuit dat het hier om de MFP 920 DM gaat, die op 31 mei zonk. In Duitse stukken vond hij namelijk de mededeling dat dit schip weer geborgen is en, omgebouwd als AF 120, weer in de vaart is gebracht om amper een jaar later in Main opnieuw en definitief te zinken. Het zou ook de AF100 kunnen zijn, deze zonk ten oosten van Veere in september van het zelfde jaar 1944 met de commandant en drie mensen aan boord. Alleen gedetailleerde informatie van het wrak kan duidelijkheid verschaffen. Vanaf nu stuurt de Kriegsmarinewerkgroep het team met gerichte vragen naar beneden. Met meetlat en lei worden de afmetingen genoteerd en de diameter van de schroeven opgemeten. Deze gegevens komen precies overeen met de bouwtekening van een MFP type DM. Dat het hele schip geklonken is, ontkracht die aanname weer.
De Kriegsmarinewerkgroep geeft aan dat in de tweede helft van de Tweede Wereldoorlog alles gelast werd, het schip moet dus van voor die tijd zijn. Tot er weer een e-mail verschijnt, na het doorwerken van stapels Duits archiefwerk vindt de werkgroep twee regels waarin gezegd wordt dat ‘de werven het lassen nog niet volledig in de vingers hadden aan het einde van de Tweede Wereldoorlog’. Alleen de bel en naar alle waarschijnlijkheid machineonderdelen die het nummer van het schip dragen, kunnen echt uitsluitsel geven.
Daarvoor moet het wrak echter gepenetreerd worden.

Een opening in het landingsvaartuig verschaft toegang tot de binnenzijde en hopelijk tot iets wat het wrak helpt identificeren.

Nonchalance

En daar ligt Fred op zoek naar die verdomde bel, maar nu speurend naar iets dat het misschien op zijn kop heeft voorzien. Zijn maten zullen als hun tijd onder water erop zit, opstijgen en ervan uit gaan dat Fred dat ook zal doen. «Dat doe ik immers altijd, en dat zal ik nu ook doen», mompelt hij in zijn automaat. Het stof verdwijnt langzaam onder het wrak, waardoor er zicht komt op wat zich boven hem gebeurt. De kust blijkt veilig, en Fred durft zich weer te bewegen. Na wat heen en weer gemanoeuvreer en nieuwe stofwolken lukt het hem om uiteindelijk naar de ankerlijn aan de voorzijde van het wrak te zwemmen. Hier kan hij de spanning pas echt van zich af laten glijden. «Dit voorval heeft me wel weer even met de neus op de feiten gedrukt. We bevinden ons in een vijandige omgeving waarin nonchalance niet past. Vanaf nu houden we een logboek bij en maken we duidelijke afspraken over hoe lang iemand naar beneden gaat.» Het werk aan het wrak en het graven in de archieven ztten er voorlopig nog niet op. Pas als de identiteit bekend is, kan er weer verder gezocht worden naar antwoorden op vragen naar de geschiedenis, de bemanning, de lading
en eventuele slachtoffers aan boord. Het wrak is inmiddels aangemeld bij het ROB en de NISA, zodat er een aandachtsvestiging op komt. Hierdoor kan de WDSR verder onderzoek verrichten zonder het gevaar dat het door vandalen leeg gestroopt wordt. De KLPD en Rijkswaterstaat zullen het nauw in de gaten houden. De eventuele geborgen vondsten die ter identificatie dienen, worden geconserveerd om later in een Zeeuws museum publiek bezit te worden.

DE STICHTING

Het streven van de Wrakduikstichting de Roompot, opgericht in 2002, is om zoveel mogelijk gegevens van wrakken in en om de Zeeuwse wateren beschikbaar te maken voor het publiek. Hiermee hopen de leden meer belangstelling te kweken voor de Nederlandse maritieme geschiedenis, die nu vaak ligt weg te rotten op de zeebodem. WDSR beschikt hiervoor over het onderzoeksschip de Karin Rose, een gespecialiseerd duikteam en alle moderne apparatuur en middelen. Alle nieuw- of herontdekte wrakken worden direct gemeld aan het Rijksinstituut voor Archeologisch Bodem onderzoek (ROB), vóórdat er verder onderzoek op wordt gedaan. Meer informatie of een keer meevaren?
Kijk op www.wdsr.nl.